Visie

1. Elkaar ècht ontmoeten.

Allereerst gaat het mij om het maken van contact. Het zien van de ander in al zijn verscheidenheid: zijn mooie lach, zijn moeilijk leesbare handschrift, haar goede cijfers voor Engels, haar sportieve kwaliteiten, zijn sociale kwaliteiten, zijn rode haar, haar behoefte aan alleen zijn, haar dyslexie, zijn gebroken been, zijn goede concentratie, haar beugel, haar manier van denken, zijn slechte zicht, haar hoge of lage IQ, haar ADHD, zijn autisme, zijn of haar…

2. Niemand heeft een plafond, wel deelplafonds.

Het is mijn overtuiging dat er geen einde zit aan het ontwikkelen van mensen. Iedereen kan ontwikkelstappen maken, hetzij grote, hetzij kleine. De kunst is om met elkaar uit te vinden op welke manier het kind die ontwikkelstap kan en wil gaan maken.

3. Werken vanuit de Zone van Naaste Ontwikkeling (Vygotsky).

Door het zoeken naar die deelplafonds werk ik in de zogenaamde Zone van Naaste Ontwikkeling (ZNO). In de interactie help ik het kind de kloof te overbruggen tussen wat hij zelf kan en waar hij met hulp toe in staat is. Door het werken in de ZNO kijken we een beetje in de toekomst: Wat is het leerpotentieel van het kind? Wat is zijn leerbaarheid? In hoeverre weet het kind profijt te trekken uit de leerervaring?

4. In contact met anderen kun je ontwikkelen.

Het kind en ik gaan samen een ontwikkelproces aan, waarbij een kwaliteitsvolle interactie tussen het kind en mijzelf een voorwaarde is om tot ontwikkelen te komen. Een kwaliteitsvolle interactie zorgt ervoor dat er vertrouwen tussen het kind en mij kan zijn, dat het kind de activiteit als zinvol ervaart, dat het fouten durft te maken en in staat is hiervan te leren.

5. Het kind en zijn denkproces staat voorop.

In de interactie sta ik ‘tussen’ het kind en de leerstof. Hierbij activeer ik de eigen oplossingsstrategieën van het kind. Op die manier maak ik het kind actief in zijn eigen ontwikkelproces. Zo kunnen ook veel problemen met gedrag en motivatie voorkomen worden.

6. Het kind wordt vergeleken met zijn eigen ontwikkeling.

Het kind wordt met betrekking tot zijn ontwikkeling met zichzelf vergeleken. Dat is veel eerlijker dan een kind steeds te vergelijken met een landelijk gemiddelde. Het kind is volledig betrokken bij dit proces: we bespreken samen (onderzoeks)resultaten, bepalen samen de doelen en evalueren die ook samen en zetten dan weer samen de volgende stap.


 

Powered by webXpress